Call of the Wild and Void: Hunter Complex ruilt de neonstraten in voor een mistige kustlijn
Wie mijn blog al langer volgt, weet dat ik een zwak heb voor synthesizers die klinken alsof ze rechtstreeks uit een sciencefictionfilm uit 1985 zijn weggeslopen. De Nederlandse producer Lars Meijer, opererend onder de naam Hunter Complex , is een absolute meester in dat genre. Maar op zijn nieuwste album Call of the Wild and Void (uitgebracht via SFI Recordings ), gooit hij het over een heel andere, verrassend organische boeg. De futuristische neonstraten maken plaats voor de mystieke rust van een mistige kustlijn. De basis van dit zesde studioalbum ligt niet bij ronkende baslijnen, maar bij de piano en warme, analoge synthesizers. Hunter Complex grijpt hiermee deels terug naar zijn lo-fi experimenten uit de jaren 90, maar giet er een gelaagde, filmische deken overheen. Nummers zoals Offshore Oblivion en Voice of the Coast ademen een sfeer van heerlijk alleen zijn en rust uit. Het is melancholisch, maar tegelijkertijd enorm kalmerend. Wat deze plaat echt een extra dimensie geeft...